
de Volkskrant
1 mei 2018 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 2
 TOMAS VAN DIJK
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: Katten hebben een verhoogd risico op kanker doordat ze zichzelf schoonlikken.
Klopt dit wel?
* Van wie komt die claim?
'Honden en katten krijgen ook kanker van tweede- en derdehandsrook: katten extra risico door het zichzelf schoonlikken', twitterde longarts Wanda de Kanter van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis onlangs.
* Klopt het?
'Een vieze drab vervuilt het huis van rokers', zegt De Kanter. Ook als de lucht is geklaard, blijft een huis waarin is gerookt kankerverwekkend door de verbrandingsproducten van tabak die zijn neergeslagen op vloer en meubels, aldus de longarts. Denk aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (paks), zoals de kankerverwekkende stof benzopyreen. 

Een deel van de rotzooi komt in de bek en maag van huisdieren terecht, blijkt uit een studie waarbij onderzoekers verhoogde concentraties cotinine - afbraakproduct van nicotine - in hondenurine aantroffen. Derdehandsrook heet deze blootstelling. 

Niet fijn voor die viervoeters, dat is duidelijk. Maar vanaf hier is het speculeren geblazen. Leidt de blootstelling werkelijk tot meer kanker? 

Katten krijgen waarschijnlijk meer derdehandsrook binnen dan honden. Ze likken zowat de halve dag hun vacht. En net als honden rollen ze over de grond. 'Toch is het maar de vraag of de dosis carcinogene stoffen die ze oplikken een significante en riskante bijdrage vormt', zegt toxicoloog Jan Tytgat van de KU Leuven. Hij kent geen studies die dit aantonen. 

De Kanter eindigt haar tweet met een link naar een rapport van de Australische stichting Cancer Council Victoria. Maar literatuurverwijzingen die de bewuste claim staven ontbreken in dat rapport. 

De Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) verwijst wel naar een studie, een artikel van de University of Massachusetts uit 2003. Maar ook dat onderzoek geeft geen uitsluitsel. 

De onderzoekers vergeleken de thuissituatie van katten die kanker in hun bek hadden gekregen met die van een groep poezen zonder tumoren. Werd er thuis gerookt en waren de katten fervente pelspoetsers? Dat waren twee van de risicofactoren waarnaar ze keken. 

Katten wiens baasjes roken hadden een ruim twee maal zo grote kans op het krijgen van kanker in de bek. Een groot verschil, maar toch niet statistisch significant, mogelijk door de relatief kleine steekproef. Welk deel van die vermeende verhoging valt toe te schrijven aan het oplikken van kankerverwekkende stoffen, konden de onderzoekers niet zeggen. 

'Het is inderdaad niet bewezen dat katten kanker krijgen van likken', zegt De Kanter. 'Het is lastig te onderzoeken. Je mag katten niet experimenteel blootstellen aan kankerverwekkende stoffen. Muizen wel. Muizen die zijn blootgesteld aan derdehandsrook krijgen eerder longkanker, blijkt uit een recente studie in het blad Clinical Science.'
* Eindoordeel
Het is goed denkbaar dat katten in huishoudens waar gerookt wordt hun risico op kanker verhogen door hun vacht te poetsen. Maar hard wetenschappelijk bewijs ontbreekt.



